Olympus E500 versus E620 (deel1)

Het was eigenlijk puur toeval dat ik in begin bij een Olympus terechtkwam. Na wat speelgoedjes zoals een Agfa Click I, een soort instamatic met echte flitslampjes die je telkens moest vervangen en die na het gebruik grappige bultjes kregen (was dat nu Kodak?), jaren later iets serieuzer, een Praktika, kreeg ik op een gegeven moment een tweedehandse OM2 in mijn handen en had eindelijk het gevoel, een camera vast te houden. Het leek ook een verstandige keuze… niet zo duur als een van de beter Nikons, ook niet zo zwaar… en toch hopen kwaliteiten. Tijdens mijn fotografielessen in de Academie voor Schone Kunsten, veel evenementen en reizen in mijn meest actieve jaren werd deze onopvallende camera mijn vaste reisgezel waar ik veel plezier aan beleefde.  Ik vond (en vind nog steeds) dat het niet moest onderdoen voor een professionele camera – behalve in een punt, uithoudingsvermogen.  Ik heb ooit een vriend fotograaf zijn Nikon zien laten vallen op de straatstenen. Hij pikte het gewoon op, keek even naar het objectief en ging verder met foto’s te trekken… niets aan de hand… Dat had mijn Olympusje zeker niet overleefd.  Maar uiteindelijk was het ook geen valpartij dat hem fataal werd maar een overdosis aan stof. Een korte vriendschap met een eveneens tweedehands gekochte OM4 was minder vruchtbaar en eindigde na enkele maanden.

 

Ondertussen was ik verhuisd, had noch een doka noch een werkende camera meer en mijn fotografisch leven leek op een eindpunt. Andere activiteiten kwamen in de plaats.

Tegen 2006 was ik nogal veel met computers bezig. Ze waren zelfs een onderdeel geworden van mijn beroepsleven. Zo leek het ook onvermijdelijk dat ik vroeg of laat Photoshop zou tegenkomen en een negatiefscanner zou kopen om te zien wat ik kon doen met de ongeveer 20 filmrolletjes die wel al ontwikkeld waren maar nog nooit afgedrukt. Mijn eerste probeersels maakten het me duidelijk dat Photoshop niet het zoveelste programma was dat je spelenderwijs kon leren gebruiken. Dus was de volgende logische stap een korte maar intensieve PS cursus. Hoewel ik plezier had gehad aan mijn ontdekkingsreis op mijn eentje, heeft die cursus wel de uren aan de computer zeker om 80% verkort en heeft deuren geopend naar wat prachtige mogelijkheden. Het einde van 2006 was nabij tegen dat ik me door mijn verwaarloosde negatieven had geworsteld. Istanbul1993 is een deel van die inspanning. Natuurlijk kon zelfs Photoshop niet volledig ongedaan maken wat een huis, tuin en keuken scanner aanvangt met foto’s en vooral met negatieven…

Ik had veel plezier beleefd aan het leerproces. En dat rustig aan de computer zitten bij daglicht met een regelmatige blik naar buiten tegenover opgesloten zitten in een donker hol vol chemische dampen een meerwaarde betekende, kon ik moeilijk over het hoofd zien.  Een digitale camera moest de evolutie afronden. Ik keek naar verschillende camera’s maar alweer bleef ik hangen aan een Olympus… een verslaving, zeker?…

De E500 was net op de markt gekomen en de commentaren die ik erover kon vinden waren lovend. Natuurlijk had ik geen benul dat achter de eersten hoek een ferme schok op mij zat te wachten. Zoals ik trouwens al eens had meegemaakt bij het inscannen van de negatieven.  Niets van de grijstinten klopte toen nog op mijn scherm… het leek in niets op mijn doka resultaten op papier. Kleuren, een mooie bonus. Stukje per stukje begon ik me dingen te herinneren die ik een half leven geleden had geleerd, zoals witbalans en soortgelijken. En zelfs dan duurde het nog bijna twee jaar voor ik eindelijk de kleuren kon produceren die me een gevoel van tevredenheid gaven (Schoonselhof). Het was echt helemaal terug beginnen van bijna nul.

Kort na de aankoop werd de kit lens vervangen door een ‘pro’ versie. Ik flits niet graag en heb dus alle lichtsterkte nodig die ik kan krijgen (of beter, kan betalen… er is natuurlijk nog altijd ‘top pro’… :-D). De camera lag goed in de hand en was ook niet te zwaar. Maar met de zoom erbij was het toch nog iets meer dan ik gewoon was. En dat was de eerste irritatie… onscherpe beelden door onwillekeurige camerabewegingen. Dat was mijn eerste duik naar het verleden om terug te komen met de oude regel van ‘snelheid moet op zijn minst even groot zijn als de brandpuntafstand’ of zo iets… Daarmee kon ik verder tot ik het machientje wat beter gewoon was. Tweede irritatie was ‘ruis’. Ik was heel blij te zien dat ik tot 1600 ISO kon gaan – tot ik het probeerde. Vanaf 800 was de ruis nogal luidruchtig. Daarvoor had ik geen regels om naar te duiken maar leerde door ervaring  dat ik het wat kon verbeteren door met de belichting te spelen. En natuurlijk haalde ik van het internet een programma om de ruis weg te werken – en ontdekte dat daarmee ook de scherpte efficiënt werd weggewerkt. Zelfs als je gewoon bent om met computers te werken, is de brug tussen ‘ouderwetse’ analoge fotografie en wat pixels doen in een digitaal toestel  niet altijd duidelijk terrein… De volgende irritatie kwam als begeleiding van kleurenopnames. Witbalans… Wij, van de oudere generatie, waren gewoon om een daglicht of kunstlichtfilmpje te kopen. Als je daglichtfilm gebruikte op een feestje ’s avonds, kreeg je rood, als je de kunstlichtfilm gebruikte bij daglicht, kreeg je blauw… en dat was dat. Alweer een sprong naar het duistere verleden, deze keer om Kelvin en zijn familie op te diepen. Er is natuurlijk een ‘auto’ instelling op de camera. Maar die bleek nog niet gehoord te hebben van spaarlampen (gewoonlijk rond 2700K) en mijn eerste binnenopnamen in kleur  verdronken in een geel sopje.

Het beeld links is wat de E500 zag, de foto onderaan ongeveer wat mijn ogen dachten dat ze hadden gezien… Terug naar’t school, dus.

 

Dan kwamen de eindeloze discussies of je nu altijd in kleuren moest trekken en later een keuze moest maken wat je naar zwart/wit wou converteren of dat de ‘monotone’ instelling van de camera betere resultaten opleverde.

Zwart/wit was mijn eerste keuze en is dat nog steeds, zelfs in de digitale wereld, hoewel ik meer  en meer begin te genieten van mijn uitstapjes naar het kleurenland.  Het is mogelijk dat ik bevooroordeeld ben wat deze conversie betreft. In de doka is het vragen om problemen als je een kleurennegatief in zwart/wit probeert af te drukken. Het werkt gewoon niet. En voor zover ik kan zien doet het net hetzelfde in Photoshop of eender welk ander programma om te converteren. Niets van de grijzen of contrasten lijkt juist. Het verschil is wel dat je in Photoshop meer mogelijkheden hebt om dat toch in goede banen te leiden.Maar waarom zou ik me het leven moeilijker maken als ik met de ‘monotone’ instelling kan trekken en achteraf nog maar minimaal moet corrigeren?…

Zo geraakten ik en mijn E500 gewend aan mekaar en leerde ik hoe ik zijn zwakke punten moest opvangen. Maar ik zou niet menselijk zijn moest mijn oog niet regelmatig afglijden naar nieuwere toestellen met andere mogelijkheden. En op een impulsieve dag kwam ik thuis met een E620. Natuurlijk, weer een Olympus…

Deze keer was ik heel aangenaam verrast toen ik mijn eerste kleurenfoto’s trok en deze begon te vergelijken met die van de E500. De kleuren waren beslist veel evenwichtiger, geen ‘fluo’ groen meer, geen dansend rood of oranje tenzij dit in de realiteit van mijn eigen ogen ook zo was. Witbalans in ‘auto’ instelling leek te hebben bijgeleerd hoewel ik daarmee nog wat meer moet experimenteren om zeker te zijn. In deze ‘vergelijkende studie’ heb ik geprobeerd zo veel mogelijk dezelfde instellingen te gebruiken en de E620 was zonder twijfel de winnaar. Nu kon ik eindelijk kleurenfoto’s trekken zonder daarna een uitgebreid walsje door Photoshop te moeten doen. Dat was pas een verbetering.

De vergelijking van de twee camera’s

 

E620

kan zonder moeite veel meer kleurschakeringen aan met erg kleine correcties zoals enkel een echt minimale toevoeging van contrast.

Een andere verbetering is natuurlijk de klim van 8 megapixels naar 12 megapixels. Het wordt gezegd dat dit niet veel verschil maakt tenzij je graag grote posters zou willen afdrukken. Toch zie ik ook op mijn scherm een duidelijk verschil… En elke keer dat ik het ‘armeluiszoom’ truckje toepas, het uitvergroten van een deel van een foto als pseudo-zoom-effect, ben ik verrast hoeveel verder ik nu kan gaan zonder merkbaar kwaliteitsverlies…

Nog geen week na het uitpakken van mijn nieuwe aankoop kreeg ik de vraag of ik wat foto’s wou trekken op een concert en kreeg de kans om de grenzen van de E620 af te tasten. Gelukkig mocht ik ook aanwezig zijn tijdens de generale repetitie met al min of meer gemonteerde lichten en had zo mijn eigen generale. Met de nadruk op gelukkig. Beide camera’s, zowel de 500 als de 620, gebruiken hetzelfde lichtmetingspatroon (ESP). En toch werken zij blijkbaar anders. De 620 wil graag achtergrond en al in evenwicht brengen, veel meer dan dat ik bij de 500 had ondervonden. In de lichtomstandigheden van het optreden had dat tot resultaat dat ik tijden had tot een seconde… een onmogelijke opgave om daar iets van te maken. Dus liet ik mijn diafragmavoorkeuze varen en schakelde ik over naar handmatige lichtmeting. Samen met centraal benadrukte meting gaf dit mij toch nog wat ademruimte op ISO 1600.


Even probeerde ik de ‘bonus’ van ISO 3200 maar onder de gegeven omstandigheden waren de groene en rode spikkeltjes iets te nadrukkelijk aanwezig. 1600, daarentegen, bleek enorm verbeterd waarvan een voorbeeld hierboven.

Tot hier over kleuren. In het tweede deel  komen sommige van mijn ervaringen met zwart/wit aan bod.

Naar DEEL 2

HOME

I'd be glad to hear from you!... --- Laat maar komen, dat commentaar!...

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s